“Je moet dieren nooit kussen,” waarschuwd een leraar, “want dat is gevaarlijk met het oog op ziekten die ze kunnen overbrengen. Weet een van jullie misschien een voorbeeld?” “Ik, meneer,” zegt Erik. “Mijn tante kuste haar papegaai steeds.” “En toen?” “De papegaai is gestorven, meneer.”
De onderwijzeres vraagt aan de klas: “Wat is de hoogste berg ter wereld?” Freek steekt zijn vinger op: “De Mont Blanc juf:” “dat is niet goed, Freek, maar het is fijn dat je zo actief meedenkt.” Dan stelt ze de volgende vraag: “Wat is de langste rivier ter wereld?” Weer steekt Freek zijn vinger op: “De Rijn.” “Ook dat is niet goed Freek, maar het is fijn dat je zo actief meedenkt.” Freek zit zich hevig op te winden en piekert hoe hij de juf terug kan pakken. Er schiet hem opeens iets te binnen. Hij rommelt wat in zijn broekzak en steekt dan zijn vinger op: “Juf, ik heb een vraag voor u. Het is hard als hout en heeft een rode kop, wat is dat?” De juf krijgt een rode kleur en zegt: “Maar Freek, zoiets vraag je toch niet!” Zegt Freek: “Waarom niet, ik bedoel een lucifer juf. Maar het is fijn dat u zo actief meedenkt!”
De muzieklerares laat de leerlingen een piano zien. “Wie van jullie weet wat die witte en zwarte toesten betekenen?” Kees steekt zijn vinger op: “De witte toetsen zijn voor bruiloften en de zwarte voor begrafenissen!”
Het meisje kwam opgewonden uit school, waar ze was gekozen tot het “mooiste meisje uit de klas”. Nog opgetogener was ze de volgende dag, toen de klas haar had verkozen tot “populairste” Maar toen ze een paar dagen later verkondigde dat ze weer een wedstrijd had gewonnen, leek haar stemming wat getemperd. “Waar ben je deze keer kampioen in geworden?” vroeg haar moeder. “In verwaandheid.
Klaas-Jan zit tegen een hek aan, zijn schooltas naast zich op de grond, en daarnaast zit een grote hond. Ineens komt er een vriendje voorbij. ‘O Klaas-Jan, wat heb jij een mooie hond, z’g! is-ie een goeie waakhond?’ ‘Ik weet het niet, die hond is niet van mij, en ik zit hier al een half uur, maar durf mijn tas niet te pakken….’
Een school inspecteur bezocht een kleine dorpsschool. Toen hij het leslokaal binnen kwam, was het er een herrie van jewelste. Hij pakte de langste jongen, die ook al een behoorlijk stemge- luid had, bij de kraag en zette hem op de gang met de woorden: ‘Blijf hier maar even uitrusten!’ Hij gaf de andere jongens een preek over gedrag, totdat een jongetje een vinger opstak en zei: ‘Meneer….. mogen we nu onze meester weer terug?’
De muziekleraar: ‘Sietse, als iemand alleen een instrument bespeelt, hoe heet dat dan?’ ‘Solo.’ ‘Goed, en Jelle, als men met z’n twee?n speelt?’ ‘Een duet meneer.’ ‘Uitstekend.’ ‘En Paul, met z’n drie?n spelen, hoe noem je dat?’ ‘Een trio.’ ‘Prachtig, En Rob, als je met zijn vieren speelt?’ ‘Klaverjassen, meneer!