Twee zwaluwen zitten gezellig naast elkaar op een telefoondraad. Opeens begint een van de zwaluwen te schudden van het lachen. ‘Wat heb jij?’ vraagt de andere zwaluw. ‘Er is toch niets om te lachen?’ ‘Nee, maar er passeert hier een telegram, en dat kriebelt!’
Een mier, een sprinkhaan en een duizendpoot hebben met elkaar afgesproken in het huis van de mier. De sprinkhaan en de mier wachten wel een uur op de duizendpoot. Eindelijk komt hij hijgend binnen. ‘Waar bleef je zo lang?’ vraagt de mier. ‘Buiten stond een bord met Voeten vegen a.u.b.’
Stomverbaasd ziet de bezoeker van de dierentuin dat zich in de leeuwenkooi ook een schaap bevindt. Hij wendt zich tot een oppasser: “Maar dat is ongelooflijk! Hoe speelt u dat klaar?” “Heel eenvoudig,” antwoordt de oppasser. “We nemen iedere dag een nieuw schaap.”
In een dierentuin is een olifant gestorven. De oppasser laat zijn tranen de vrije loop. “Daar hoeft u toch niet zo verdrietig om te zijn,” zegt een bezoeker. “Toch wel,” antwoord de aangesprokene. “Ik ben namelijk degene die hem moet begraven.”
Een man besluit op een dag dat het tijd wordt om een huisdier aan te schaffen. Hij gaat naar de dierenwinkel, kijkt rond en ziet een prachtige papegaai, rustig zittend op een stok in zijn kooi. Toch heeft het beest geen voeten en pootjes. “Wat is er met jou aan de hand?” denkt de man hardop. “Tja, zo ben ik geboren. Ik ben eigenlijk een defecte papegaai.” zegt de vogel. “Haha,” lacht de man, “het lijkt wel of die papegaai begrijpt wat ik zeg en zelfs antwoord geeft!”"Ik versta en begrijp alles wat je zegt. Ik ben bovenmatig intelligent en zeer goed opgeleid” zegt de vogel. “Nou, als je dan zo slim bent, vertel me dan eens hoe je zonder pootjes en voetjes zo recht op je stok kan blijven zitten”. “Nou” zegt de papegaai “‘t is een beetje genant maar oké, ik wikkel mijn kleine papegaaienpiemel om de stok, als een soort haakje, zeg maar. Maar dat verberg ik met mijn dikke veren.” “Wow, je begrijpt echt alles wat ik zeg hè?” ” Jazeker,” antwoordt de vogel, “en bovendien spreek ik vloeiend Spaans en Engels, ik kan op niveau meepraten over bijna alles, politiek, religie, sport en filosofie en ik heb me gespecialiseerd in vogelkunde. Je zou me moeten kopen, ik ben ook een hele goede vriend voor je.” De man bekijkt het prijskaartje. F 200,- staat erop. “Sorry, dat kan ik niet betalen.” “Psst,” fluistert de papegaai terwijl hij de man met zijn vleugel dichterbij wenkt. “Niemand wil me omdat ik geen pootjes heb. Biedt maar F 25,- en je mag me zo meenemen.” De man biedt F 25,- en wandelt 5 minuten later met de papegaai de winkel uit. Er gaan een paar weken voorbij. De papegaai is sensationeel. Hij is leuk en interessant, geeft goede adviezen, is sympathiek naar iedereen, kortom; de perfecte huisgenoot en vriend. Op een dag komt de man thuis van zijn werk en de papegaai zegt: “Pssssssssssst” terwijl hij weer met zijn vleugel wenkt. De man komt dichtbij de kooi staan. “Ik weet niet of ik je dit wel moet vertellen,” zegt de papegaai “maar het gaat om je vrouw en de postbode.” “Wat!?” zegt de man. “Nou, de postbode kwam aan de deur en je vrouw begroette hem in een niets verhullend nachtgewaad en kuste hem plat op de bek.” “En toen” sist de man. “Wat gebeurde er toen?” “Nou, de postbode kwam binnen, greep onder haar nachthemd en begon haar overal te strelen.” “Mijn God,” zegt de inmiddels woedende man. “En verder? Wat deden ze nog meer?” “Toen deed hij haar nachthemd uit, ging door zijn knieen en begon haar overal te likken, beginnend bij haar borsten en steeds verder en verder naar beneden.” “En toen, wat gebeurde er, wat deden ze verder !?” gilt de man buiten zinnen. “Geen idee,” zegt de papgaai, “ik kreeg een stijve en donderde van mijn stok af…”
Een olifant en een kangoeroe overvallen een bank. Met zijn slurf grist de olifant al het geld weg en stopt het in de buidel van zijn vriend. Als later de politie komt, wordt aan de loketbediende gevraagd of hij de daders nog zou herkennen. “Nee,” zegt de man, “ze hadden allebei een nylonkous over hun hoofd getrokken.”
Er komt een konijn bij de bakker en vraagt: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Nee, het spijt me,” zegt de bakker, “worteltjestaart heb ik niet.” De volgende dag komt het konijn weer langs en vraagt: “Bakker, heeft u worteltjestaart?” “Nee,” zegt de bakker, “worteltjestaart heb ik niet.” Elke dag komt het konijn om worteltjestaart zeuren, en de bakker wordt het zo zat dat hij een worteltjestaart bakt. Als de volgende dag het konijn weer langskomt, vraagt ‘ie: “Bakker, heeft u worteltjestaart?” “Ja,” zegt de bakker. Zegt het konijn: “Vies he?”